← Terug naar Overzicht krijgen

De mate van overeenstemming én onzekerheid bepalen je aanpak

Wat maakt dat transitieopgaven zo complex zijn? De Stacey-matrix geeft een heldere verklaring. De hamvraag is natuurlijk hoe je vervolgens met die complexiteit om gaat. Daar zijn verschillende handvatten voor. Één handvat is gericht op de verschillende perspectieven.

In transitieopgaven is zelden alles helder. Toch willen we graag zekerheid: een duidelijk plan, eensgezindheid over de aanpak, en voorspelbare resultaten. De werkelijkheid is vaak anders. Er zijn meningsverschillen over de weg vooruit, onzekerheid over de uitkomst, en een gevoel dat je vastloopt in discussies die nergens toe leiden.

De Stacey-matrix biedt een andere benadering. Het leert je dat overzicht niet betekent dat alles duidelijk is, maar dat je weet welk soort vraagstuk je voor je hebt. En daarmee ook: welke vragen je moet stellen om vooruitgang te boeken, zelfs als de antwoorden nog niet duidelijk zijn.

Vier soorten vraagstukken

De Stacey-matrix onderscheidt vier soorten situaties, gebaseerd op twee assen: de mate van zekerheid over de toekomst (helder vs. onzeker) en de mate van eensgezindheid over doelen of aanpak (eens vs. oneens).

Plaatje van de Stacey Matrix

In het simpele 'gebied' zijn de doelen en de weg ernaartoe duidelijk. We zijn het snel met elkaar en we kennen en begrijpen de stappen die we moeten zetten. Je kunt het vergelijken met het volgen van een recept. In het gecompliceerde gebied is er meer discussie over wat we willen, maar we komen er nog wel uit met elkaar. Er zijn verschillen in belangen maar ook overeenkomsten. De route naar het doel is op punten onduidelijk. Er zijn meerdere stappen nodig om tot antwoorden te komen waardoor de route helder wordt. Hiervoor zijn expertise en het maken van analyses nodig. Het bouwen van een raket wordt veel als voorbeeld gebruikt voor een gecompliceerd vraagstuk: moeilijk maar oplosbaar met voldoende expertise. Het complexe gebied kenmerkt zich door verschillende meningen over de aanpak, en meer onzekerheid. Het is niet duidelijk wat het beste pad is om te volgen. Hier zijn dialoog, experimenteren, aanpassen en samenwerking essentieel. Een kind opvoeden is een complexe taak. Ten slotte is er het chaotische gebied, waar alles onduidelijk is en de meningen uiteenlopen; situaties als deze vragen om het creëren van stabiliteit en het ondernemen van directe actie. Overigens spreek ik hier van gebieden bij gebrek aan een betere naam, want in de praktijk is het veel meer fluïde zoals het plaatje ook laat zien.

Overzicht help complexiteit in beeld te krijgen

Transitie vraagstukken vallen eigenlijk per definitie in het complexe gebied: het doel is over het algemeen wel duidelijk, hoewel vaak ook abstract, denk aan doelen als verduurzaming of circulariteit. Tegelijkertijd zijn er veel uiteenlopende meningen over *hoe* die doelen bereikt moeten worden. Er zijn immers veel betrokken partijen met verschillende belangen, visies en prioriteiten, wat zorgt voor onenigheid over de aanpak. Daarnaast is ook de onzekerheid groot, er zijn veel onbekende factoren: welke ontwikkelingen spelen een rol, hoe reageren betrokken partijen, en welke onvoorziene obstakels komen we tegen? Deze combinatie van onzekerheid en meningsverschillen maakt dat transitievraagstukken eigenlijk altijd complex zijn.

In het complexe gebied kom je niet tot overzicht door het vinden van één waarheid, maar juist door het in kaart brengen van meervoudige waarheden. Hier zijn de feiten wel helder, maar de interpretaties en wensen verschillen. Overzicht krijgen betekent dat je de verschillende perspectieven kunt benoemen en begrijpt waar ze vandaan komen. Het gaat erom te herkennen welke belangen spelen, welke aannames er zijn, en waar de meningsverschillen precies liggen.

een aantal personen staan rondom een figuur dat op de grond ligt. Sommigen zeggen, anderen denken wat het is, het is allemaal verschillend

Pas als je deze complexiteit erkent, kun je gericht zoeken naar manieren om daarmee om te gaan, bijvoorbeeld door kleine experimenten uit te voeren waar iedereen achter kan staan, of door een gedeelde visie te ontwikkelen die ruimte laat voor verschillende benaderingen.

De juiste vraag helpt

Om tot het juiste overzicht te komen is het stellen van de juiste vragen cruciaal. Met de juiste vragen komt de juiste informatie boven om uiteindelijk meer zekerheid en overeenstemming te krijgen. Maar: elk gebied in de Stacey-matrix heeft zijn eigen type vragen, en die zijn niet zomaar inwisselbaar.

Een veelvoorkomende mismatch is het blijven stellen van simpele-gebied-vragen in een complexe of gecompliceerde situatie: welke stappen zetten we, wie is waarvoor verantwoordelijk, wanneer is het af. Dat is verleidelijk, want het voelt als voortgang en geeft houvast in een situatie die juist onzeker aanvoelt. Het resultaat is echter een schijnzekerheid: een plan of actielijst waarbij de onderliggende onenigheid of onzekerheid nooit is besproken zal bij de uitvoering alsnog vastlopen.

De omgekeerde mismatch komt net zo vaak voor. Dan blijft een team dialoog voeren, experimenteren en perspectieven ophalen, terwijl er eigenlijk een gecompliceerd (en dus niet complex :)) vraagstuk ligt dat met de juiste expertise of een gerichte analyse allang opgelost had kunnen zijn. Dat kost vooral tijd en energie, zonder dat het bijdraagt aan meer overzicht.

persoon met briefjes met vragen in de hand en op de grond en een andere persoon wijst de juiste vraag aan

Deze mismatch is een van de redenen waarom strategieën en visies niet tot uitvoering komen. Ze worden namelijk vaak geformuleerd in de taal van het simpele gebied, met heldere doelen en een stappenplan, terwijl het vraagstuk waar ze betrekking op hebben ('Hoe realiseer ik die visie?') feitelijk in het complexe gebied zit. De vragen die we ons stellen sluiten dan niet meer aan bij de aard van het vraagstuk.

Overzicht is daarom ook het vermogen om de eigen vraag te herzien zodra blijkt dat die niet meer aansluit. Dat is geen eenmalige diagnose bij de start, maar een toetsing die je onderweg blijft doen.

Blijf toetsen waar je zit

De Stacey-matrix geeft geen antwoord voor eens en altijd. Een vraagstuk dat nu complex is, kan na een paar stappen dichter bij gecompliceerd liggen, en andersom. Overzicht creëren gaat dus ook over het blijven toetsen in welk gebied je zit en of de vragen die je stelt nog passen bij waar het vraagstuk zich bevindt.

Voor transitieopgaven betekent dit dat de vraag zelf onderdeel wordt van het werk. Het gaat dan om wat je wilt bereiken, en tegelijk om de vraag of de manier waarop je dat probeert te bereiken nog aansluit bij de aard van wat er speelt. Wie zich dat blijft afvragen, komt tot een aanpak die past bij de situatie zoals die werkelijk is, ook als dat meer tijd kost dan een snelle uitkomst.

Welke vraag stel jij op dit moment in jouw vraagstuk, en past die nog bij waar het zich bevindt?

Benieuwd hoe je verdere stappen kunt zetten?

Wil je sparren over jouw situatie? Dan plannen we een kort gesprek. Dit hoef je niet alleen te doen.